Oplossing PodW IV: Kansspel

We zijn al dicht bij de meest kansrijke speelwijze in 4♠. We sluiten daarom eerst af met de kansberekening. Als de ruiten 2-4 zitten met de vierkaart rechts (24%), dan kunnen we het nog maken als de schoppen vrouw goed zit en de schoppen 3-2 zitten (34%). We houden onze verliezers dan op 1 schoppen, 1 ruiten en 1 klaveren. Dit geeft 8 % extra, bovenop de 28% die we al hadden. We eindigen met een speelwijze die 36% kans heeft en daarmee de meest kansrijke speelwijze is. Overigens een disclaimer: Ik kan ergens een rekenfout gemaakt hebben door bijvoorbeeld een zitsel wel of niet mee te tellen. Het verschil tussen speelwijze 2 en speelwijze 3 is echter 5%, dus ik geloof niet dat ik zo’n grote rekenfout gemaakt heb dat het echt een verschil maakt welke er beter is.

Dan rest de oplossing van het probleem van vorige week. Met veel verdelingen met ♠V tweede of derde goed zijn we er al. Maar niet met allemaal. Stel dat we suf afspelen, dan komen we van een koude kermis thuis:

Ook als we laag troeven en er meteen in klaveren uitgaan, kan de tegenpartij zorgen dat deze eindfiguur wordt bereikt.

Beter is dus om als volgt te spelen:

Zo was de beste speelwijze toch speelwijze 3, ondanks dat dat aan tafel tot down leidde. Overigens sloeg 4♠-1 aan de tafels van de uiteindelijk Europees Kampioenen uit. Het toetje van dit zeer uitgebreide probleemspel:

 
Lees meer
Opletten
Aug27

Opletten

Een klein aantal junioren speelt nog een zomertoernooi in Opatija, maar het nieuwe seizoen is al weer bijna begonnen.

Nagenieten van het succes in Tromsø mag natuurlijk af en toe, maar het vizier wordt gericht op de volgende uitdaging: het WK in Salsomaggiore.

Drie nieuwe en twee ‘oude’ kernploegparen gaan de uitdaging aan om in een jaar tijd (bijna) net zo goed te worden als het EK team. Hoe goed dat is? Om een medaille te winnen op een EK of WK onder 21 jaar is zo ongeveer top Eerste Divisie niveau nodig. Nu bestaat het WK uit een round robin gevolgd door knock-outwedstrijden, waar je soms met wat geluk ook met een iets zwakker team goed kan scoren. Maar dit is het streefniveau.

Op een titeltoernooi zelf is het te laat om nog beter te leren bridgen. Het meeste werk gaat zitten in de voorbereiding: de spelers werken hard om er op het toernooi klaar voor te zijn.

Alle succesvolle teams zijn op de zelfde manier succesvol. Iedereen doet wat hij moet doen om het doel te bereiken. Het team begeleid zichzelf naar de medaille. Heb je dan als coach nog wel een rol?

Tijdens de eerste ronde van het EK bleek dat de coach vooral een beetje moet opletten. Zoals al gememoreerd lagen de spellen vooral aan OW. En ze leken ook allemaal op elkaar, die drie sansjes. Neem nu deze twee spellen:

opletten

Spel 2 was een saaie 3SA, op spel drie zijn 4 en 3SA beide maakbaar. We hadden volgens het officiële scoresysteem één IMPje verloren op spel 2 doordat de Denen 4 maakten na de start van ♣V. Het was al snel duidelijk dat de scores van spel 2 en 3 verkeerd waren ingevoerd.

Dat dacht ik althans. Niek, die het ‘kastje’ had bediend hield bij hoog en bij laag vol dat op spel twee wel degelijk 4 was gespeeld. Er was een dupliceerfout gemaakt en kaarten van spel 2 zaten in spel 3 en omgekeerd. Omdat elke tafel een volledige set spellen heeft, waren er dus in de Open Kamer twee andere spellen gespeeld.

De arbiter annuleerde de spellen en besloot geen vervangende score (+3 voor beide partijen) te geven maar de spellen te laten uitslaan. Wel was dus het Deense IMPje weg en omdat de wedstrijd nu over 18 in plaats van 20 spellen ging werd een andere VP schaal gehanteerd. Omdat wij wonnen was dat gunstig voor ons. Het voelt niet fair dat de Denen er nu opeens een halve VP op achteruit gingen door een fout van iemand anders, en ik vraag me af of dit een goede ruling is. Wij besloten ons extra halve punt gelaten te accepteren.

 
Lees meer

Kansberekening PodW IV: Kansspel

gepost door Tom van Overbeeke



Vorige week gaf ik jullie dit probleem en verklapte dat er drie verschillende speelwijzen werden geprobeerd. Deze week nog niet de oplossing. Ik geef jullie een nieuw probleem dat ons hopelijk helpt de meest kansrijke speelwijze te vinden.

We onderscheiden drie mogelijke speelwijzen. Alle drie werden ze door een Nederlandse Meesterklassespeler gekozen en voor alle drie zijn ze dus argumenten te bedenken. Bedenk je dat zij aan tafel een speelwijze moeten kiezen en niet pas in de analyse achteraf.

De kanshebbers:
1. Speel het spel ‘vanuit dummy’ door de klaveren vrij te troeven. Je hoopt niet meer te verliezen dan één klaver en twee schoppens.
2. Speel het spel ‘vanuit de hand’ door troef te trekken en de ruiten hoog te spelen. Je hoopt dan niet meer dan één klaver, één ruiten en één schoppen te verliezen.
3. Speel het spel ‘vanuit de hand’ door de rode verliezers in dummy te troeven. Verliezers: één klaver en twee schoppens of één klaver, één ruiten en één schoppen

Gerbrand Hop kiest de eerste speelwijze gekozen. Op het moment dat West de derde klaveren overtroeft met ♠8 is hij echter down voordat hij begonnen is. Het is pech dat West nu juist de dubbelton klaveren heeft, maar in de analyse achteraf blijkt dat dit niet de meest kansrijke speelwijze is. Immers zelfs als de klaveren 3-3 zitten (35% kans) moet de leider nog raden hoe hij verder speelt. Hij zit nu in zijn hand en kan wel een schoppen uit zijn hand spelen, maar moet dan puur gokken hoe het zit, omdat hij troefkort in dummy dreigt te worden. Hij kan een harten troeven en de schoppensnit nemen, maar als hij dat doet had hij de snit beter direct kunnen nemen (en dus speelwijze 2 te kiezen). Als laatste kan hij op dit punt proberen om in de cross-ruff te gaan, maar dan had hij juist beter meteen speelwijze 3 kunnen nemen.

Laten we deze eerste speelwijze dus afstrepen en onze aandacht verleggen naar speelwijze 2. De topspeler die dit plan verdedigt is Joris van Lankveld. Overigens was zijn eerste plan speelwijze 1, maar kiest hij er net op tijd zijn voor om toch de schoppensnit te nemen. Zo ging het aan tafel:



Achteraf vind hij dat hij direct een harten had moeten troeven om de schoppensnit te nemen. Deze speelwijze maakt met ♠AVxx of ♠Vxxx goed of met ♠V goed en de schoppen 3-2. Dit geeft een kans van 45%. Vervolgens moet hij de ruitenkleur voor drie slagen spelen door AH te spelen. Hij maakt dan drie ruitenslagen als V of T valt of als de ruiten 3-3 zitten. Al met al een kans van 69%. In totaal heeft deze speelwijze 31% kans.

Als laatste hebben we de speelwijze 3, gekozen door Danny Molenaar. Hij werd met Team Orange White (Molenaar-Verbeek, Drijver-Nab) zeer overtuigend Open Europees Kampioen door met ruime voorsprong de kwalificatie te winnen en ook iedere wedstrijd in de knock-out met relatief gemak te winnen. Vond hij de meest kansrijke speelwijze? De slimme lezer heeft hierboven al gezien hoe het spel zit. Omdat de ruiten 4-2 (met de vierkaart links) zitten ben je helaas snel down als je voor speelwijze 3 kiest. Zo ging het aan tafel:



Molenaar was echter wel degelijk op het goede spoor van de meest kansrijke speelwijze. Allereerst moet je je beseffen dat je altijd down bent met de ruiten 4-2 met de vierkaart links. Je kan daarom de derde ruiten het best laag troeven. Als de ruiten dan 3-3 heb je het contract al gemaakt (als de schoppen niet te ongunstig zitten). De kans op de ruiten 3-3 is 36%. De kans op de schoppen niet te ongunstig is 79%. In totaal is dit al 28%. Dan rest de vraag of je nog kansen hebt als de ruiten 2-4 blijken te zitten (met de vierkaart rechts). Je moet namelijk nog zo’n 3% erbij praten om de meest kansrijke speelwijze te worden. Daarom sluiten we deze week opnieuw af met een probleem.



West bekend niet meer. Er zijn zeker kansen, maar zie jij de safety play?

 
Lees meer
De gewone spellen
Aug20

De gewone spellen

EK’s win je niet met brilliancies. EK’s win je door heel veel gewone spellen goed te doen. Goed en solide bridge is nooit saai, zeker niet voor de coach. Een voorbeeld van goed teambridge uit de eerste ronde:

Je zit Zuid met de volgende hand:



Luc bood hier 5, gewoon 5. Veri speelde het spel gewoon goed af voor +600. Zo lag het spel:



Dit alles was niet zo vanzelfsprekend. 5 werd op minder dan de helft van de tafels bereikt. Zo bood de Zweedse Zuid slechts 4 op 3♠.

Aan de andere tafel opende de Nederlandse Oost 3♠, door Oost verhoogd naar vier. NZ boden niet mee. Dit contract ging twee down voor -100, maar leverde wel 11 IMPs winst op.

Je kan er van houden of niet, maar niet tegen wel zijn dit soort preempts over het algemeen gewoon winnend. Waar het in de oefenwedstrijd nog niet scoorde, stelde hoog openen nu de tegenstander voor een probleem dat niet werd opgelost.

Al bij al werd de eerste wedstrijd gewonnen met 54-13. Met 17,93 VPs beleefden we een meer dan solide start van het EK.

stilleven

 
Lees meer

Probleem om de Week IV: Kansspel

gepost door Tom van Overbeeke

Het volgende spel komt van het open EK in Tromsø. Voor Nederland een erg succesvol EK met niet minder dan drie gouden medailles. De mixed teams, de vrouwen teams en de open teams werden allemaal door Nederlanders gewonnen. Een bijzonder EK dus, en daarom een bijzonder probleem:



Niet zo’n heel goed contract, maar een kwetsbare manche in de viertallen wil je natuurlijk niet missen. Er is absoluut geen 100%-oplossing. Drie Nederlandse zuidspelers speelden hier 4♠ en zij speelden alle drie anders. Wat is volgens jou de meest kansrijke speelwijze?

 
Lees meer