Oplossing PodW III, Restricted Choice

gepost door Tom van Overbeeke


Het probleem van vorige week.

Merk allereerst op dat dit is geen restricted choice situatie is. Althans, niet in de klassieke zin. Het is inderdaad waar dat Oost twee keer zo vaak ♠B sec heeft dan ♠BT, maar hij kan ook natuurlijk ♠B gooien als hij ♠BTx heeft. Dit is gratis en geeft jou de kans het fout te doen. Een verplichte falsecard, dus.
Er zijn 3 schoppenzitsels waarbij rechts BTx heeft, maar in deze situatie kan hij de B of de T gooien. Evenzo als rechts ♠BT sec heeft, waar één schoppenzitsel van bestaat. Nu is 3/2 (BTx) +1/2 (BT)=2, terwijl er maar één zitsel is, waarbij Oost ♠B sec heeft. In deze situatie kan hij niet anders dan de B gooien. Er is dus een 2:1 kans dat Oost de Tien erbij heeft. In deze berekening houden we echter geen rekening met het feit dat Oost gepreëmpt heeft. Hij heeft een zeskaart harten, zijn partner drie. Dat maakt de kans op ♠B sec groter. Daarnaast zal die verplichte falsecard lang niet altijd gebeuren. Snijden dan maar?

Als je een keuze moet maken, zijn er drie dingen die je kunt doen:
– Je kunt direct een keuze maken. Niet de favoriete optie van de meeste topbridgers, maar soms kun je niet anders.
– Je kunt proberen meer informatie over het spel te winnen die je zal helpen als je daadwerkelijk de keuze moet maken. Op dit spel kan je bijvoorbeeld een klaveren naar de vrouw te spelen. Als die houdt zou je ruiten kunnen snijden. Uit hoe de kaarten vallen, maar ook soms uit distributiesignalen kan je vitale informatie over het spel vergaren.
– Als laatste kun je proberen de kansen te combineren. Is het mogelijk de schoppensnit te vermijden? Dan maak je het met de troeven 3-2, en misschien heb je met troeven 4-1 ook nog kansen. Een optie die het onderzoeken waard is.

Wat weten we al over het spel? De hartens zitten 6-3, waarbij West BTx heeft en Oost HVxxxx. (Het is eventueel mogelijk dat West HBx heeft, maar dit is niet waarschijnlijk).
Omdat Oost een zwakke twee geopend heeft, heeft hij buiten de hartens maximaal één van de plaatjes H, V en ♣A heeft. Er is nog één aanname, die het beeld compleet maakt. We verdenken onze rechtertegenstander ervan dat hij met een 6-4 3 zou hebben geopend. Als de schoppen 4-1 zitten, (met de singelton bij Oost), dan heeft Oost dus (!) een 1-6-3-3. Dat zou gunstig zijn, want dan is onze vierde klaver een winner. Bovendien kunnen we nu waarschijnlijk West ingooien en hem daarmee dwingen de ruitens open te breken.

Stel dat we schoppen naar de heer spelen en Oost bekent niet. Om West in te gooien, moeten we zijn hartenexits elimineren. We troeven dus een harten. Vervolgens is het zaak om ♣A eruit te pesten, en tevens een entree in dummy creëren om de laatste harten te troeven. Daarom spelen we ♣H en ♣B uit de hand. Als een van deze klaveren genomen wordt, dan kan de tegenpartij er in klaveren of harten uit. Als Oost ♣A blijkt te hebben, dan zal hij ruiten terugspelen, maar we kunnen het ons veroorloven om een keer te snijden en zo de eindfiguur intact te laten. Indien nodig bereiken we de dummy met ♣V om de laatste harten te troeven. Nu trekken we troef en spelen ♣8, die West moet troeven. Hij heeft alleen nog maar ruitens en moet deze nu dus aanspelen. Zo beperken we onze ruitenverliezer tot één.
Merk op dat als Oost HV heeft, hij hiermee aan slag komt en zijn harten kan oprapen. We hadden echter geconcludeerd dat hij maximaal één van deze kaarten had. Dit is dus geen probleem. Wordt ♣A twee rondjes gezakt, dan spelen we een derde ronde klaveren, die gedwongen genomen wordt. Beide tegenstanders hebben geen klaveren meer en ze moeten er in harten uitgaan. Ook dan zijn de harten van West geëlimineerd en kunnen we de ingooi uitvoeren. Het zou dus bijvoorbeeld als volgt kunnen gaan:

In de praktijk bekent Oost op ♠H met ♠4! Hij had dus inderdaad gefalsecard met ♠BT4. Op dit moment weten we niet zeker hoe de klaveren zitten, maar er is wel een zeer goede speelwijze: troef eerst een harten en trek de laatste troef. Speel vervolgens ♣K. Als ze die pakken kan je een harten troeven als je met ♣V in dummy komt. Zitten de klavers 3-3, dan heb je al 10 slagen, zo niet dan heeft west de vierkaart en gooi je hem daarmee in.
Als de eerste klaver houdt, speel je een klaveren naar ♣V. Wint Oost deze slag en speelt hij klaveren terug, dan zitten ze 3-3, (omdat we hadden aangenomen dat hij geen 6-4 had).
Speelt hij ruiten terug, dan snijdt je en zit West ingegooid. Hij zal eruit moeten met harten en nu kan je West weer ingooien met klaveren, als die 4-2 zouden zitten.
Ten slotte: als ♣V houdt moet je kiezen waar ♣A zit. (In de praktijk weet je dit nu altijd). Heeft Oost ♣A, dan moet je klaveren naar je hand terugspelen, voor de tiende slag. Heeft West ♣A, dan moet je een harten troeven en hem ingooien met klaveren.

Dit spel komt uit het BAS viertallentoernooi in Sassenheim: een erg leuk toernooi dat in het eerste weekend van het jaar wordt gespeeld. Na twee ronden Zwitsers kom je in een soort knock-out, waar je zelfs na eliminatie een kans hebt om terug te keren. Vanaf de kwartfinale is het een echte knock-out.
Dit zeer interessante spel kwam in die kwartfinale voorbij. De leider sneed in slag drie in schoppen, waar ik zeker begrip voor heb. Maar het was dus niet winnend. Ik zat Oost en wij mochten naar de volgende ronde om uiteindelijk zelfs het toernooi te winnen; overigens voornamelijk dankzij het nevenpaar, dat iedere ronde een gigantische lijst meebracht.

 
Lees meer

Probleem om de Week III: Restricted Choice

gepost door Tom van Overbeeke

Je speelt in een ééndaags viertallentoernooi en bent doorgedrongen tot de knock-out fase. Het zijn zeer korte wedstrijden, die vaak beslist worden op 1 of 2 spellen. Links en rechts nemen twee jonge meesterklassers plaats, die niet bang zijn om te bieden. Zij bieden eerst een scherpe manche, maar missen er daarna ook één, waarna het volgende spel de tafel raakt.


Jij bent aan zet.

 
Lees meer