Competitie

Niets zo goed voor het prestatieniveau als stevige onderlinge competitie. Dat geldt niet alleen bij het schaatsen.
Op weg naar het WK is eind maart een heel belangrijk meetmoment. Het White House Juniors toernooi in Amsterdam is zoals elk jaar weer sterk bezet. Voor alle Nederlandse teams een geweldige uitdaging. Voor de aspiranten zou een plaats boven het midden al een prima prestatie zijn. De afgelopen zes jaar eindigden we niet boven de 17e plaats (van de 24).
Alle zes kernploegparen spelen ten minste één dag mee. In april wordt dan het WK team bekend gemaakt.
Dankzij het brons in Wroclaw hebben we ons voor het eerst rechtstreeks geplaatst voor het WK. In 2010 mochten werden we uitgenodigd omdat er een aantal afzeggingen was. Het brons in Philadelphia was een groot succes. Natuurlijk is het doel ook dit jaar weer een medaille.
De competitie onder de kernploegparen zorgt ervoor dat het niveau snel omhoog gaat. De paren spelen veel en werken hard. Maandelijks een centrale training, wekelijks een online oefenwedstrijd. Bij de oefenwedstrijd van afgelopen week stond het na 15 van de 16 spellen 14-13. Weinig swings betekent vaak goed spel. Of waren de spellen erg suf?
Op het laatste spel dan eindelijk een leerzame ramp:



Partners doublet is SOS. Hij wil weg uit 2 gedoubleerd. Wat voor soort hand kan hij hebben?
Beide lage kleuren heeft hij niet, dan was hij al direct op zoek gegaan naar onze lage kleur. Bovendien zou hij daarmee nu ook 2SA kunnen bieden. Partner moet haast wel schoppens en een lage kleur hebben. Wij hebben onverwacht een mooie driekaart schoppen. 2♠ is dus het juiste bod.

Zo lag het spel:



Van de 5-1 fit, via de 5-2 fit naar de 5-0 fit. Maar de volgende keer spelen we in de 5-3.

 
Lees meer

Geen goed begin

Hoe begin je een wedstrijd waar de tegenstander duidelijk favoriet is?
Natuurlijk moet je er om te beginnen in geloven dat je kan winnen. Je moet verder je eigen spel spelen. Je moet op je best spelen. Je moet aanvallend spelen, de tegenpartij onder druk zetten. Ideaal is een goede start.
Ik neem je nu mee naar afgelopen zaterdagochtend, het eerste spel van de MK finale. Denk mee met Peter IJsselmuiden:



Pas of 3?
Drie kleine ruitjes en bijna alle punten in Noords kleuren. Passen dus?
Als partner een zeskaart ruiten heeft, hebben zij zeker fit in harten of klaver. Passen is alleen goed als 2 en 3 beide down gaan. Maar in dat geval is moeten ze het nog goed doen: ze moeten niet 3 bieden én ze moeten onze 3 downspelen. Het zal voor Zuid lastig zijn om met een driekaart harten niet te steunen, want zijn partner zou ook een zeskaart kunnen hebben. Volgens mij is 3 hier dus een must. Zo lag het spel:


OW verdedigden goed en speelden 2 één down. Omdat je in 3 nog iets goeds moet doen in harten en NZ makkelijk tenminste 3♣ maken is +50 helemaal niet zo verkeerd.

Aan de andere tafel gebeurde dit:



Op de systeemkaart vind ik geen bijzondere afspraken. Noords doublet toont dus waarschijnlijk 4-4 hoog. Zelf geef ik de voorkeur aan het bieden van de vijfkaart in dit soort situaties, maar doublet zou zeker beter kunnen uitpakken. Zuids 2♣ is goed, gewoon je zeskaart herbieden als het kan, dat belooft niets over. Noord had nu een erg mooie kaart en ging op zoek naar een manche. Met 2♠ bedoelde hij klaverfit aan te geven. 3 was een poging om alsnog de 5-3 fit te bereiken. Helaas zat Zuid niet op dezelfde lijn en paste ze, waar 4♣ nog speelbaar was. Noord maakte nog acht slagen, zodat het spel uitsloeg.
Toch een kans gemist.

 
Lees meer