De kat of de hond

Je speelt op je club een viertallenwedstrijd tegen één van de concurrenten voor een finaleplaats. Na vrolijk doorduwen kom je in deze 3SA terecht (klik op next voor de eerste paar slagen):

Vijf klaverslagen en aas-heer-aas. Dat zijn er acht. Snijden op ♠K voor de negende? Of liever de dubbele hartensnit?

Hoewel Oost ♠K niet per se hoeft te hebben voor zijn opening, is dat wel erg waarschijnlijk. Daarbij komt dat West met (♠Kxxx J QJxx ♣xxxx) wel een negatief doublet had kunnen geven.

We gaan dus QJ eruit snijden. Zien we nog iets over het hoofd?

Uiteraard is er nog iets meer aan de hand. Vorm je een beeld van de OW handen:

West is een vierkaart ruiten gestart. Gezien het biedverloop heeft hij maximaal één harten. Het lijkt niet waarschijnlijk dat hij vijf schoppens heeft, die zou hij dan wel gestart zijn. Dit betekent dat West tenminste (!) vier klavers heeft. Een 4144 lijkt het meest waarschijnlijk. Klik nu maar verder op next voor het vervolg van het spelverloop.

Goed gespeeld door Henk Willemsens. In de praktijk zat ik West. De ruitenstart leek de show een beetje weg te geven. Nu kreeg de leider een goed beeld van onze handen. Maar het is de vraag of een hartenstart zou hebben geholpen. In dit biedverloop is een kleine singleton ook geen erg aantrekkelijke start. Dat zou de leider op het idee kunnen brengen dat ik geen vijfkaart in een ongeboden kleur heb, met dezelfde klaversnit tot gevolg. De enige start die de leider een probleem geeft is een kleine schoppen. Als West een vijfkaart schoppen kan hebben, zouden de klavers rond kunnen zitten.

 

Author: Maarten Schollaardt

Deel deze post via

Plaats een reactie

Your email address will not be published. Required fields are marked *