Geen goed begin

Hoe begin je een wedstrijd waar de tegenstander duidelijk favoriet is?
Natuurlijk moet je er om te beginnen in geloven dat je kan winnen. Je moet verder je eigen spel spelen. Je moet op je best spelen. Je moet aanvallend spelen, de tegenpartij onder druk zetten. Ideaal is een goede start.
Ik neem je nu mee naar afgelopen zaterdagochtend, het eerste spel van de MK finale. Denk mee met Peter IJsselmuiden:



Pas of 3?
Drie kleine ruitjes en bijna alle punten in Noords kleuren. Passen dus?
Als partner een zeskaart ruiten heeft, hebben zij zeker fit in harten of klaver. Passen is alleen goed als 2 en 3 beide down gaan. Maar in dat geval is moeten ze het nog goed doen: ze moeten niet 3 bieden én ze moeten onze 3 downspelen. Het zal voor Zuid lastig zijn om met een driekaart harten niet te steunen, want zijn partner zou ook een zeskaart kunnen hebben. Volgens mij is 3 hier dus een must. Zo lag het spel:


OW verdedigden goed en speelden 2 één down. Omdat je in 3 nog iets goeds moet doen in harten en NZ makkelijk tenminste 3♣ maken is +50 helemaal niet zo verkeerd.

Aan de andere tafel gebeurde dit:



Op de systeemkaart vind ik geen bijzondere afspraken. Noords doublet toont dus waarschijnlijk 4-4 hoog. Zelf geef ik de voorkeur aan het bieden van de vijfkaart in dit soort situaties, maar doublet zou zeker beter kunnen uitpakken. Zuids 2♣ is goed, gewoon je zeskaart herbieden als het kan, dat belooft niets over. Noord had nu een erg mooie kaart en ging op zoek naar een manche. Met 2♠ bedoelde hij klaverfit aan te geven. 3 was een poging om alsnog de 5-3 fit te bereiken. Helaas zat Zuid niet op dezelfde lijn en paste ze, waar 4♣ nog speelbaar was. Noord maakte nog acht slagen, zodat het spel uitsloeg.
Toch een kans gemist.

 

Author: Maarten Schollaardt

Deel deze post via

Plaats een reactie

Your email address will not be published. Required fields are marked *