Oplossing PodW V: Ontwikkelingshulp

gepost door Tom van Overbeeke

We zien direct dat er iets moet gebeuren. Als we klaveren naspelen, dan zal de leider zijn klaveren ontwikkelen en zijn verliezers weggooien. Dit is dus geen optie. Andere opties zijn er wel:
– We kunnen schoppen naspelen. Zo voorkomen we introevers in dummy. Dit zou vitaal kunnen zijn als de leider zijn klaveren niet kan ontwikkelen en via introevers slagen moet maken of via introevers in dummy moet komen. Dit werkt bijvoorbeeld als hij KQTxxxx, AQx, xxx, – heeft.
– We kunnen harten naspelen. Zo ontwikkelen we onze hartenslagen of rapen we deze direct op als partner A heeft. Dit kan bijvoorbeeld noodzakelijk zijn als de leider AKTxxx, Qx, xxxx, A heeft. Bij elk ander naspel verdwijnen de hartenverliezers op de klaveren.
– We kunnen ruiten naspelen. Op die manier verwijderen we A voordat hij de klaveren hoog heeft. Dit kan bijvoorbeeld goed zijn als de leider AKTxxx, AQxx, xx, x heeft.

Wat weten we van het spel?
We gaan ervanuit dat partner een even aantal ruiten heeft. Dat zullen er geen twee zijn. De leider heeft dan namelijk een 6-5 en gaat dan niet down. (Of partner heeft met veel punten en veel hartens niets geboden). We maken dus de aanname dat de ruiten 4-2-4-3 verdeeld zitten.
Verder heeft de leider 6 of meer schoppens en spelen we hem ook op 0 of 1 klaveren. Met 2 klaveren bij de leider is er waarschijnlijk niet veel te spelen: of het is altijd gemaakt, of altijd down.

Die derde ruiten is belangrijk bij de leider. Als we ruiten naspelen, dan heeft de leider na het ontwikkelen van de klaveren nog steeds een entree in dummy in de vorm van een ruitenintroever. Als de leider ♣A heeft, begint hij direct met verliezers weggooien. Als partner ♣A heeft, dan komt hij aan slag met ♣A en als we onze harten nu niet kunnen oprapen, (bijvoorbeeld omdat de leider A heeft), dan kan de leider een ruiten troeven en op de klaveren zijn hartenverliezers weggooien. Als we onze harten nu wel kunnen oprapen, dan hadden we dat net zo goed direct kunnen doen. Alleen als partner ♣A en ♠A heeft, kan hij dit voorkomen door met twee keer troef na de leider in zijn hand te plakken.

Schoppen na is om ongeveer dezelfde reden niet kansrijk. Allereerst moet partner schoppen aas hebben, anders dan kan de leider zijn klaveren ontwikkelen met ofwel A ofwel een ruitenintroever als entree. Vervolgens moet partner ook ♣A hebben, omdat de leider anders zijn verliezers kan weggooien om de klaveren. En zelfs als partner deze twee kaarten heeft en de leider bijvoorbeeld HVTxxx, AVx, xxx, x; moet partner bedenken om een rode kleur te switchen en niet om schoppen na te spelen.

We kunnen nu de voor- en nadelen tegen elkaar wegzetten. Ruitennaspel, evenals schoppennaspel, is goed als partner ♠A en ♣A heeft. Hartennaspel is goed als partner A of V en ♣A of V en ♠A. In andere gevallen maakt het niet uit welke we naspelen.

Het is duidelijk dat hartennaspel het meest kansrijk is. Ook aan tafel was dit het geval, maar dit vonden slechts weinig spelers. Het hele spel:

Overigens is het signaal van Oost in slag 1 van vitaal belang. Als hij een oneven aantal ruitens heeft, dan is dat waarschijnlijk een vijfkaart en heeft de leider geen ruitens om in dummy te troeven. Ruitennaspel wordt dan veel kansrijker. Daarom zijn afspraken over dit soort situaties erg belangrijk. Attitude heeft hier geen zin, dus kun je iets anders signaleren. Count is een optie, kleurpreferentie ook. In dat laatste geval zal Oost kleurpreferentie voor harten geven en kan je daarom het hartennaspel vinden.

 

Author: Tom van Overbeeke

Deel deze post via

Plaats een reactie

Your email address will not be published. Required fields are marked *