Oplossing PodW XI: Goede voornemens

gepost door Tom van Overbeeke

Het probleem van vorige jaar is niet te moeilijk. Toch denk ik dat mensen in de praktijk te snel zullen spelen en niet de beste speelwijze nemen.

De enige verliezers die dreigen zijn A en drie ruitenslagen. Gezien jouw HBx heb je voldoende kansen om er met twee ruitenverliezers van af te komen en misschien kan je ook wel een ruitje kwijt op de vierde harten. Genoeg kans dus, maar voor een 100% speelwijze zal je West moeten ingooien om of in de ruitenvork, of in een dubbele renonce te spelen. Als West A heeft, is dit geen probleem. Hij kan zelf de ruitens niet aanvallen, dus je kunt eerst de harten en klaveren elimineren. Vervolgens speel je een ruiten naar B en heb je je contract gemaakt. Als Oost echter A heeft en West AV, dan kan een onoplettende speelwijze fataal zijn:

Het zag er allemaal niet heel gek uit, maar toch eindigen we met 9 slagen. De leider beroept zich nu op pech en gaat door met het volgende spel. Toch kan het een stuk beter.

Als de leider bedenkt dat hij alleen een probleem heeft als Oost A heeft, dan kan hij zich hier tegen wapenen door tweemaal harten vanuit Noord te spelen. Om genoeg entrees te bewaren is het handig om dit te doen voordat je een klaveren getroefd hebt. Als harten naar V houdt, dan steek je over met een klaverenruff om nog een keer harten op te spelen. Als B ook houdt, kun je er rustig in harten uit gaan met de zekerheid van je contract. Nog even uitgewerkt:

De eerste speelwijze werkte alleen niet als Oost A heeft, West, AQ en de hartens niet 3-3 zaten. Bij elkaar een kans van 50% x 50% x 50% x 66% = 8%. Als de slordige leider zich mag beroepen op pech in het geval van 8%, mag de nauwkeurige leider zich dan beroepen op pech in het geval van 92%?

 

Author: Tom van Overbeeke

Deel deze post via

Plaats een reactie

Your email address will not be published. Required fields are marked *