Een man met een plan

Tom van Overbeeke

Gastblog door Tom van Overbeeke.

Bij de beginnende bridger wordt het maken van een speelplan er met de paplepel ingegoten. Dit is ook terecht, het maken van een speelplan is misschien wel het belangrijkste onderdeel van het afspel.

Wat veel bridgers echter vergeten is dat je als tegenspelers ook een plan kunt (of moet) maken: het tegenspeelplan. Dit is vaak veel lastiger dan het maken van een speelplan omdat je de kaarten van je partner niet ziet. Een voordeel dat de leider wel heeft. Daarnaast zijn er veel verschillende opties.
Je kunt aanvallen (slagen ontwikkelen) of verdedigen (zorgen dat de leider geen slagen kan ontwikkelen). Je kunt de leider troefkort spelen, entrees aanvallen, in zijn hand plakken, aftroevers en/of uppercuts opzetten en geven. Daarnaast heb je ook nog een partner om rekening mee te houden.

Soms heb je een simpel plan, soms moet je tot het uiterste gaan. Vaak is het nuttig om een beeld van de leider te vormen en juist te bedenken welk plan hij heeft. Om het vervolgens te saboteren.
Probeer het eens met het volgende spel (klik op next voor de eerste paar slagen):

Het spel kwam in de praktijk voor op het EK jeugdteams 2011 in Albena, Bulgerije. In mijn optiek is het een fantastisch spel, omdat het juiste tegenspel volledig uit te redeneren is en daarmee 100% beter is dan elke ander tegenspel. Dat spreekt mij als wiskundige aan. Spellen die die eigenschap hebben zijn echter zo bijzonder dat ze bijna altijd geconstrueerd of juist veel te simpel zijn. Overigens deed ik het in de praktijk fout. En daarmee was ik niet de enige. Bij de junioren werd op slechts 3 van de 22 tafels het contract down gespeeld.

Kijk eerst eens hoe het spel zit. De leider heeft zeker AQ en ♣A. Je kunt niet vaststellen wie de laatste schoppen heeft, maar wel dat als partner de laatste schoppen heeft, het niet uitmaakt wat je doet:
Gezien de dummy heb je eventueel nog recht op een ruiten- en klaverenslag (als de leider ook minimaal drie ruiten en twee klaveren heeft). Er is echter niets te ontwikkelen. Je krijgt ze of je krijgt ze niet. Als de leider minstens drie ruiten en twee klaveren heeft, dan kan hij alleen een loser kwijtraken door een ruiten in dummy weg te gooien op een klaveren in zijn hand. Jij stopt de ruiten immers twee keer, dus hij kan de klaveren in dummy niet weggooien op een ruiten in zijn hand (hij heeft dan een 2542). Als hij ♣AJx(x) heeft, kan hij tweemaal vanuit dummy de klaveren opspelen om vervolgens op klaveren boer een ruiten weg te gooien. Maar er is niets wat je daaraan kunt doen, omdat de leider een dubbele ruitenstop heeft.

Ga er dus vanuit dat je partner een schoppenintroever kunt geven. Als de leider vijf harten heeft, heeft hij acht topslagen en gaat hij nooit tien slagen maken. Als de leider een zevenkaart harten heeft, dan heeft hij tien topslagen en is het spel ook niet interessant.
Het wordt interessant als de leider zes harten heeft. Op zich ziet het er allemaal gunstig uit, omdat je nog steeds recht lijkt te hebben op een slag.

Alle stops zitten echter in jouw hand, dus er is een kans dat je in dwang komt. Een optie is dat partner klaveren boer heeft. In dat geval stopt hij ook de klaveren en kun je jouw klaverendekking weggooien. Er is nu echter niets wat je daaraan kunt doen. Op het moment dat jij in dwang komt, heb je geen keus dan er op vertrouwen dat partner ♣J heeft. Maar dat is dus nog niet aan de orde. Ga er daarom vanuit dat de leider ♣J heeft. Dan kom je zeker in dwang, want op de zesde harten kun je niet zowel de ruiten- als de klaverendekking vasthouden.

Inmiddels heb je al vastgesteld wat de leider moet hebben (anders maakt het niet uit) en wat zijn plan zal worden. Rest de vraag of je er iets aan kan doen.
Als de leider een 3-6-2-2 heeft, ben je kansloos. De leider bereikt namelijk altijd een tweekaartseindfiguur met x en ♣J tegenover KT. En jij zit geslacht.
Als de leider een 3-6-1-3 heeft, zal hij ook proberen deze eindfiguur te bereiken. Nu kan jij er echter een stokje voorsteken. Als partner na de schoppenruff een ruiten speelt, heeft de leider na de zesde harten (de dwangkaart) geen ruiten meer en daarmee geen entrees naar dummy. Jij kunt dus veilig de ruitendekking weggooien.

De winnende tegenspeelwijze is dus om na ♠K, ♠A ♠8 na te spelen: lavinthal voor de ruitenkleur. En vervolgens hopen dat partner braaf ruiten naspeelt. Maar dat zou hij wel moeten doen nu jij zo lang aan het nadenken bent.

Het gehele spel en hoe het in de praktijk ging (klik op next voor het spelverloop):

 

Author: Maarten Schollaardt

Deel deze post via

1 Reactie

  1. Het is nog wel belangrijk dat partner meehelpt in het vertellen van de verdeling van het spel. Je moet wel weten of de leider 3-6-1-3 of 3-6-2-2 heeft.

     
    Post a Reply

Plaats een reactie

Your email address will not be published. Required fields are marked *